temp
temp
temp
temp
temp
temp

De Matthäus Passion van Bach

De Matthäus Passie is het op muziek gezette bijbelverhaal uit het evangelie van Mattheus. Het verhaal wordt ons verteld door de evangelist (=verteller), die vertolkt wordt door een tenor. Als in een hoorspel worden de diverse deelnemers door aparte stemmen opgevoerd. Zo is daar natuurlijk Jezus (bas), diverse individuele discipelen (Petrus, Judas; bassen)), Pilatus (bas), zijn vrouw (sopraan), diverse dienaressen (sopranen en alten), getuigen (tenor en bas). Ook groepen (discipelen, priesters, soldaten, volksmenigten) komen voor en worden vertolkt door twee koren.

Het verhaal wordt op gezette tijden onderbroken door bespiegelende momenten. Dit gebeurt door de solisten in recitatieven en aria's (meestal in die volgorde), en door het koor in de koralen. Deze stukken geven commentaar op de voorafgaande gebeurtenissen, of vormen moralistische betogen over goed en kwaad.

De Matthaus Passion is in twee stukken verdeeld. Beide delen hebben een openings- en een slotkoor.

De ­Matthäus-Passion is voor veel mensen - gelovig én niet-­gelovig - de mooiste compositie uit de muziekgeschiedenis

De ­Matthäus-Passion is voor veel mensen - gelovig én niet-­gelovig - de mooiste compositie uit de muziekgeschiedenis. - See more at: http://www.nno.nu/concerten/matthaus-passion-2016#sthash.UXjo7l0Y.dpuf
De ­Matthäus-Passion is voor veel mensen - gelovig én niet-­gelovig - de mooiste compositie uit de muziekgeschiedenis. - See more at: http://www.nno.nu/concerten/matthaus-passion-2016#sthash.UXjo7l0Y.dpuf

De Passie in de tijd

Het idee om het evangelie op muziek te zetten is al zeer oud. Er zijn Gregoriaanse stukken bekend, waarin - eenstemmig - door drie partijen (evangelist, Christus en anderen) het evangelie in het Latijn wordt verteld. Sommige stammen van rond het jaar 1000.

Later hebben vele generaties componisten de passie verder ontwikkeld, tot die in Bach's tijd zijn meest indrukwekkende vorm kreeg. Hoewel de Passie als kunstvorm dus zeer oud is, is het merkwaardig te weten, dat de ontwikkeling ervan juist na Bach zo'n beetje aan zijn einde kwam. Toch zijn er ook voorbeelden uit onze tijd: de Lukas Passie van Penderecki en de Johannes Passie van Pärt uit 1981.

De structuur

De Matthäus passie is niet zomaar een verzameling recitatieven, aria's en koren. Er zit een systeem in en (zoals altijd) er valt meer te begrijpen en genieten als men zich daar bewust van is.

Natuurlijk zijn er deel 1 en deel 2. Deze worden in- en uitgeleid door grote koren. Maar ook binnen de delen kunnen we een onderverdeling aanbrengen. Het blijkt dat de Matthäus Passion opgebouwd is uit onderdelen, die elk bestaan uit:

1. Een vertellend gedeelte dat de tekst van het evangelie letterlijk volgt. Dit gebeurt in de vorm van een recitatief van de evangelist , al dan niet geïllustreerd met optredende deelnemers (Christus, andere solisten en/of koor), waarna:   of een een aria (van één van de solisten, vaak voorafgegaan door een arioso ) ; of een koraal.

Een kenmerkend blok is bijvoorbeeld meteen na de opening:  waarin de evangelist, Christus en het koor een stuk evangelie vertolken, gevolgd door de arioso Du lieber Heiland du  en de aria Buß und Reu  van de alt 1.

In een enkel geval komen een aria en koraal beide voor (de aria Erbarme dich wordt gevolgd door het koraal Bin ich gleich von dir gewichen).

De tekst van de recitatieven is gebaseerd op het 26e en 27e hoofdstuk van het evangelie van Matthäus, in de Lutherse bijbelvertaling uit 1720.

De Matthäus Passion bestaat uit twee delen, waarbij de scheiding merkwaardig genoeg niet samenvalt met de beide hoofdstukken uit het evangelie. Per deel zijn nog een openingskoor en een slotkoor toegevoegd (in het tweede deel is sprake van een openingsaria met soloalt en koor).

 Aria

Een melodieuze voordracht van solist. Het thema is beschouwend; de zanger is een niet nader aangeduide commentator. Er is sprake van een echte melodie en een melodische opbouw in de vorm: A - B - A. De herhaling (2e A) is soms niet uitgeschreven en is dan een exacte kopie van de eerste A. Dit heet: Da Capo (van "da capo al fine": van het begin tot het einde).

De teksten van de aria's in de Matthäus zijn afkomstig van Christian Friedrich Henrici, ook bekend onder de naam Picander.

Arioso (accompagnato recitatief)

Een tussenvorm van aria en recitatief . De begeleiding is rijker dan bij een echt recitatief, waar alleen het continuo aanwezig is. In de Matthäus wordt een arioso meestal gevolgd door een aria, met dezelfde solist. Ook qua thematiek staat het arioso tussen recitatief en aria in: het onderwerp is direkter met de handeling verbonden.

De teksten van de ariosi in de Matthäus zijn afkomstig van Christian Friedrich Henrici, ook bekend onder de naam Picander.

Canon

Een canon is een eenstemmig stuk muziek, waarin dus afzonderlijke stemmen gelijk zijn, maar onderling in de tijd verschoven klinken. Vader Jacob is een klassiek voorbeeld van een canon. In de Matthäus wordt een canon gebruikt om de leugenachtigheid van de valse getuigen te verbeelden . Het starre van de canon illustreert hier het kunstmatige, geprogrammeerde, van de valse getuigenis.

Fuga

Een fuga is een veel vrijere vorm dan een canon. De verschuiving tussen de stemmen treedt ook hier op, maar daarna gaan de stemmen elk hun eigen weg. Daarbij zorgt de componist er natuurlijk wel voor dat het geheel muzikaal klopt.

Een fuga begint in het algemeen met een thema, dat door één stem wordt gepresenteerd, waarna een volgende stem invalt en de oorspronkelijke stem gaat variëren. Dat gaat door tot alle stemmen deelnemen.

Er zijn diverse vormen van fuga's. Een 'gewone' fuga is het 'Laß ihn kreuzigen' . Bij het 'Sein Blut komme über uns und unsre Kinder'  is de fugavorm wat verstopt, omdat de beginstem al meteen omspeeld wordt door de variaties in de andere stemmen. Toch wordt ook hier het thema achtereenvolgens door de bassen, tenoren, sopranen en alten gepresenteerd.

Evangelist

De evangelist vertolkt de hoofdrol in de Matthäus. Hij is de verteller, en zingt de letterlijke tekst van het evangelie van Mattäus. De uitvoeringsvorm is het recitatief. De rol van de verteller wordt, waar de personages in het evangelie sprekend worden ingevoerd, afgewisseld met andere solisten of het koor.

Koor (Turba)

Een belangrijke rol spelen volkskoren (turbae). Deze komen, net als de optredende personages, direkt uit de handeling voort en zingen de letterlijke teksten uit het evangelie, op die plaatsen waar het volk of een groep (priesters, soldaten, enz.) voorkomen. Bach gebruikt alle muzikale middelen (polyfonie, afwisseling tussen de twee koren) om rijke effecten te krijgen.

Koraal

Een koraal is een meerstemmig stuk, maar homofoon (= niet polyfoon). De tekst is daardoor goed verstaanbaar.

De beide koren zingen een psalm, meestal op een bestaande tekst en melodie, maar wel door Bach meerstemmig geharmonieerd. In de koralen is de gelovige gemeente gerepresenteerd, die op afstand een commentaar op de gebeurtenissen geeft. Treffend is het koraal 10 "Ich bin's, ich sollte büßen", dat direkt volgt op de vraag van de discipelen: "Herr, bin ich's?" als Jezus zijn komende verraad aankondigt.

De koraalteksten zijn afkomstig van diverse tekstdichters, die zijn genoemd bij de teksten.

Motet

Een motet is in eerste instantie een op muziek gezet stuk tekst. De componist neemt een tekstfragment, en componeert daar de muziek bij; de muzikale uitdrukking is geheel tot het tekstfragment beperkt. Daarna komt het volgende tekstfragment, enzovoort. Dit betekent dat een motet een doorlopende muzikale structuur heeft, waarbij geen herhalingen en onderlinge relaties tussen de fragmenten bestaan.

'Wozu dienet dieser Unrat'  en 'Herr, wir haben gedacht'  zijn voorbeelden van motetten in de Matthäus Passie.

Polyfonie

Polyfonie betekent meerstemmigheid. De stemmen (zowel de muzikale- als de teksstemmen) lopen door elkaar heen. Dit maakt het stuk muzikaal interessanter, maar de tekst wordt er niet verstaanbaarder op. De diverse turbae-koren zijn polyfonisch, zoals het 'Laß ihn kreuzigen'

Recitatief

Een muzikale voordracht van tekst (zing-spreken); meestal slechts begeleid door het continuo. Het gaat bij een recitatief om de tekst, hoewel muzikale middelen niet worden geschuwd om effecten te krijgen. Bij het recitatief wordt nog onderscheid gemaakt tussen het "secco" recitatief (met een minimale begeleiding van alleen continuo, zoals bij de Evangelist-partij), en het "accompagnato" recitatief (met een rijkere begeleiding, zoals in de ariosi). De Jezus-partij heeft ook de recitatief-vorm, maar daarbij klinkt steeds het strijkorkest als een stralenkrans mee.

De dubbele bezetting

De Matthäus wordt uitgevoerd door twee ensembles: 1 en 2, waarbij in elk stuk is aangegeven welke deelnemers van welk ensemble aan de uitvoering moeten meedoen. Elk ensemble bestaat uit een instrumentaal en een vokaal koor.

Soms treden de beide koren apart op. Dan is de rol van koor 1 die van de discipelen (zoals bv. in Wozu dienet dieser Unrat  en  Herr, bin ichs , en koor 2 die van het onwetende volk. Dat laatste komt vooral tot uiting in de bijdrage van koor 2 in aria's als Ich will bei meinem Jesu wachen  en So ist mein Jesus nun gefangen .

De solisten komen oorspronkelijk ook uit het koor voort, en daarom is er altijd sprake van solist I en solist II. Om praktische redenen is het aantal solisten tegenwoordig beperkt tot vier, maar de rol die ze spelen (I of II) kan worden teruggevonden in de plaats die ze op het podium innemen: links (voor koor I) of rechts (voor koor II).

In het tekstgedeelte is steeds per stuk aangegeven welke uitvoerenden deelnemen.

 De affecten

Bach en zijn tijdgenoten hanteerden allerlei muzikale symbolen om gevoelens, gedachten en emoties uit te drukken. Dit wordt de affectenleer genoemd. Hieronder voorbeelden van dergelijke affecten.

Canon

De canon is een starre muzikale vorm, die door Bach gebruikt wordt om slaafsheid en domheid te illustreren.

Loopje omhoog, omlaag

Wanneer in de tekst sprake is van stijgen, omhoog gaan, bevat de melodie een stijgende reeks. Omgekeerd gaat (af)dalen gepaard met een loopje omlaag. Zie bv. de canon van de valse getuigen , waarin sprake is van de tempel afbreken (een dalende lijn) en weer opbouwen (een stijgende lijn). Ook in 'Der du den tempel Gottes zerbrichst'  is sprake van een spottend 'als je dan de zoon van God bent, kom dan van het kruis af' met een dalende lijn.

Kruis

Zelfs de kruisvorm is muzikaal vertaald. In het beroemde 'Laß ihn kreuzigen!'  vormen bij de tekst 'kreuzigen' de eerste vier noten op de balk, indien door lijnen verbonden, een kruis. Hetzelfde komt nog eens terug op het moment van de kruisiging, in het continuo.

Slang

In de aria 'Blute nur'  bevindt zich bij de tekst 'denn es ist zur Schlange worden', ter hoogte van Schlange, een kronkelende lijn in de melodie die een slang voorstelt.

Haan

Op een enkele plaats, waar sprake is van een kraaiende haan, na Petrus' drievoudige verloochening van Jezus, is in de zang van de evangelist een soort kraaien hoorbaar. In de MP is dit effect echter niet overdreven. In de Johannes Passion is dit veel duidelijker uitgewerkt.

Strijkers

De Jezus-partij wordt overal begeleid door strijkers, die daardoor in een hemels licht komt te staan. Hierop is één uitzondering: waar Jezus, vlak voor zijn dood, uitroept: 'Mijn God, waarom hebt U mij verlaten'. Dit is Jezus' zwaarste moment, waar hij zijn vertrouwen in zijn Vader verliest, en dus zijn goddelijk aureool kwijt is.

Druppels

In het 'Buss und Reu'  worden de druppelende tranen ' .. daß die Tropfen meiner Zähren ...' in de begeleiding (fluit) effectief verbeeld.

De getallensymboliek

Aan getallen werd door Bach en zijn tijdgenoten een bijzondere betekenis toegekend. Op ons maakt dit vaak een wat gezochte indruk. In de Matthäus is op diverse plaatsen sprake van bijzondere getallen. Zo is het getal 14 voor Bach heel bijzonder: als men de alfabetische waarde van de letters B - A - C - H bij elkaar optelt (2+1+3+8) krijgt men 14. Bij Bach komt dit getal heel veel voor. Er zijn bv. 14 koralen in de Matthäus.

In 'Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stuck' (63a) wordt het natuurgeweld ('Erdbeben') dat uitbreekt na Jezus' dood bezongen door de evangelist. In het continuo wordt de agitatie aangegeven met grote hoeveelheid 32e noten. Wanneer men deze telt, komt men op 18, 68, resp. 107; deze nummers betreffen de nummers van gezangen waarin sprake is van aardbevingen.

Het  ensemble

De Matthäus Passion wordt uitgevoerd door twee ensembles: 1 en 2, waarbij in elk stuk is aangegeven welke deelnemers van welk ensemble aan de uitvoering van een bepaald stuk moeten meedoen. Elk ensemble bestaat uit een instrumentaal en een vocaal koor. Het orkest wordt in de Matthäus ook instrumentaal koor genoemd.

Op sommige plaatsen is sprake van een rolverdeling. Zo worden de discipelen altijd door koor 1 weergegeven.

Het koor (of eigenlijk de koren 1 en 2) bevatten in principe ook de solisten, die optreden als personages in het verhaal, of die in de recitatieven en aria's soleren. Tegenwoordig worden voor de solostukken echter meestal aparte zangers aangetrokken. Om economische redenen wordt dan de tweedeling meestal niet doorgevoerd.

De tweedeling speelt ook niet bij de Evangelist en Christus; zij staan boven de partijen. Dit geldt ook voor het ripieno-koor (het jongenskoor)..

Hieronder is schematisch aangegeven waaruit het ensemble bestaat.

Instrumentaal Koor 1

Instrumentaal Koor 2

2 blokfluiten
2 traverso's
2 hobo's (hobo d'amore of hobo da caccia)
2 violen
1 altviool
1 viola da gamba

2 traverso's
2 hobo's (hobo d'amore)
2 violen
1 altviool
1 viola da gamba

Continuo:

Violoncello, violon, fagot, kamerorgel

Continuo:

Violoncello, violon, fagot, kamerorgel

  

Evangelist (tenor)

Jezus (bas)

  

Solisten: sopraan, alt, tenor, bas

Solisten: sopraan, alt, tenor, bas

 


(De solo-partijen uit beide koren worden om praktische redenen
vaak door dezelfde solisten gezongen)

Sopranen in ripieno (jongenssopranen)

  

Vokaal koor 1 (sopranen, alten, tenoren, bassen)

Vokaal koor 2 (sopranen, alten, tenoren, bassen)