temp
temp
temp
temp
temp

 

Weihnachtsoratorium

16 december 2017

aanvang 19.30 uur

Wat de Matthäus-Passion is voor de passietijd, is het Weihnachts-Oratorium voor Kerst.

Stichting Paaspop Klassiek presenteert u een uitvoering van het complete werk met alle zes cantates, van de feestelijke cantate voor Eerste Kerstdag tot die voor Driekoningen.

Dé gelegenheid om even te ontsnappen aan de hectiek van de drukke decembermaand. 

Vocaal Ensemble Ex Arte voert dit prachtige werk voor u uit met het barokorkest Concerto Barocco. Het geheel staat onder leiding van dirigent Emile Engel uit Lichtenvoorde.

Bach schreef zijn WO voor de jaarwisseling 1734/35 d.w.z. lang nadat hij met zijn regelmatige, wekelijkse cantateproduktie was gestopt. Wij hebben het WO ook niet te danken aan zijn herlevende belangstelling voor de kerkcantate, maar eerder aan het tegendeel: Bach wilde wel weg uit Leipzig en had zijn oog laten vallen op de functie van kapelmeester aan het hof van Dresden die sinds 1729 vacant was en waar de hofkapel absolute wereldtop was. Daartoe bood hij de nieuwe koning/keurvorst niet alleen in 1733 de eerste delen van zijn Hohe Messe aan, maar hij componeerde begin jaren dertig ook talrijke cantates voor feestelijke gebeurtenissen aan het hof (verjaardagen, trouwpartijen, geboortes etc) die hij met zijn Collegium Musicum (laten we zeggen: het USKO) in Leipzig uitvoerde, uiteraard buiten aanwezigheid van enig lid van de koninklijke familie, maar wel zorg dragend dat deze er via de pers van op de hoogte kwam. Bij het in de kast bergen van deze cantates, in de wetenschap dat ze daar nooit meer uit zouden komen, moet hij bedacht hebben dat hij koren en aria's eruit wel eens kon hergebruiken voor een reeks Kerstcantates, en wellicht informeerde hij zijn tekstdichter (waarschijnlijk Picander) vroegtijdig over deze voorgenomen recycling zodat deze in één moeite door een sacrale en een profane gelegenheidstekst kon produceren.
 

Het Weihnachstoratorium bestaat uit zes delen:

  1. Eerste deel:     Jauchzet, frohlocket, auf preiset die Tage (voor de Eerste Kerstdag)
  2. Tweede deel:   Und es waren Hirten in derselben Gegend (voor de Tweede Kerstdag)
  3. Derde deel:      Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen (voor de Derde Kerstdag)
  4. Vierde deel:      Fallt mit Danken, fallt mit loben (voor Nieuwjaarsdag)
  5. Vijfde deel:       Ehre sei dir, Gott, gesungen (voor de zondag na Nieuwjaar)
  6. Zesde deel:      Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben (voor Driekoningen)

Dat de oratoriumdelen een profane voorgeschiedenis hadden was geen bezwaar, aangezien het ambt van regerende vorsten door God gegeven was en losstond van hun persoon en hun (wan)daden. Voor vorsten geschreven muziek kon daarom zonder probleem worden gebruikt voor Christus-Koning. De nadruk op hofdansen als model voor de meeste koren en aria's is daarom ook door de bestemming van de oorspronkelijke cantates te verklaren. De meerderheid is in driedelige maat geschreven, voor de zowel vlotte beweging van de passepied als het meer statige menuet.

De eerste drie delen vormen een eenheid, symmetrisch geordend. Het eerste en derde deel gebruiken trompetten en pauken, terwijl in het pastorale tweede deel houtblazers de nadruk krijgen en er aan de fluiten en hobo's twee lage oboe da caccia's zijn toegevoegd. De eenheid wordt afgesloten door het openingskoor van deel drie aan het eind te herhalen.

- de openingskoren van deel een en drie staan in de 3/8-maat van de passepied;

- in elk van de eerste drie delen is de eerste aria als menuet gecomponeerd: Bereite dich Zion, Frohe Hirten, eilt en Herr, dein Mitleid. In tegenstelling tot de in die     tijd traditionelere 4/4-maat zijn de daarop volgende aria's alle in 2/4-maat, 'galant', met korte frasen en met veel syncopen: Großer Herr, o starker König, Schlafe, mein Liebster en Schließe, mein Herze.

De drie andere delen zijn wat zelfstandiger, mede omdat ze voor uiteenliggende dagen zijn gecomponeerd (Nieuwjaar, de zondag na Nieuwjaar en Driekoningen). Het Lucasevangelie komt nog slechts terug in een kort fragment over de besnijdenis van Christus; de rest van het Bijbelverhaal is uit Matteüs afkomstig. Ook in deze delen overheerst de galante stijl van de wereldlijke cantate.